Geschiedenis van de molen:


Op 10 augustus 1925 ontwikkelde zich een windhoos die om ± 19.00 uur onze streek bereikte. Volgens ooggetuigen werd het aardedonker. De cycloon veranderde in ongeveer tien minuten het stadje Borculo in één grote puinhoop. Tegen een cycloon zoals die Borculo teisterde was niets bestand. De houten standerdmolen op de Needse berg, die daar eeuwen had gestaan (sinds 17e eeuw), en onderwerp van spookverhalen en volksvertelsels was, werd in enkele seconden omver geblazen. De standerd brak af bij de zetel. Zo grondig werd de molen vernield, dat het geen zin meer had hem te herstellen.

In de dagen na deze stormramp werd het rampgebied bezocht door de koninklijke familie, waarbij Prins Hendrik de ravage op de Needse berg bekeek. Veel tijd heeft hij er niet voor vrijgemaakt. Na een korteblik op de vormloze massa deed hij de zaak af met de woorden: "Dat was een standerdmolen". Reeds spoedig werd de mogelijkheid van het stichten van een nieuwe molen besproken.

De in 1923 opgerichte vereniging "De Hollandsche Molen" sloeg met het Nationaal Steuncomite "Stormramp" de handen ineen en men zocht en vond een weg om Neede een nieuwe molen te geven. Een standerdmolen als voorheen kon het niet meer worden, want hoe interessant ook, dit type molen was te zeer verouderd. Een stenen molen zou het worden, waarin de verbeteringen en hulpmiddelen zouden worden gemaakt en aangebracht die moesten voldoen aan de eisen van de tijd.

Het ontwerp werd opgedragen aan de gebroeders Dekker, molenbouwers te Hazerswoude-Moerkapelle. De heer Postel, als architect van Rijkswege belast met de leiding van de opbouw van hetgeen in deze streek was verwoest, heeft aanwijzingen gegeven voor zover het uiterlijk aanzien betrof.


Bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 9 juni 1926 werd vergunning verleend aan de vereniging "De Hollandsche Molen" voor het herbouwen van de korenmolen. De Herbouwkosten werden begroot op ƒ 18.000,--. De werkzaamheden aan de nieuwe stellingmolen en de sloopwerkzaamheden van de oude standerdmolen werden uitgevoerd door het Needse aannemers-metselbedrijf Ten Hoopen, bijgenaamd "Tooms’n", dat zijn bedrijf had aan de Nieuwstraat. Één van de werknemers uit die tijd, Jan Morssink, wist nog te vertellen dat, in het zand voor een bedrag van ƒ 37,-- aan kleingeld werd gevonden, wat in de loop der tijden door de reten en kieren onder de molen was gevallen. Zowaar een , voor die tijd, formidabel bedrag waar de bouwvakkers wel raad mee hebben geweten. Supervisie tijdens de bouw werd gehouden door Jaap Dekker en diens voorwerker Piet Verschoor.

Begin 1927 was de molen gereed. Hij kreeg de naam van de vereniging, door wiens inzet hij hier gestalte heeft gekregen:

"De Hollandsche Molen"

Op 3 maart 1927 werd de herbouwde molen officieel door de Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland Mr. S. Baron van Heemstra aan de vereniging "De Hollandsche Molen" overgedragen.

De bouwwijze van deze molen doet sterk denken aan de Zuid-Hollandse stenen poldermolen.

In de muur naast de ingang bevinden zich twee gedenkstenen met de opschriften: 

"Door haar die op den wind vertrouwt,
al sloeg die windt mij al te boud,
kreeg ik een tweede leven;
Mijn romp, die vroeger was van hout
heeft zij van steen weer opgebouwd
en mij haar naam gegeven".

en:

"Verwoest door cycloon 10 augustus 1925
opgebouwd door de Vereniging
"De Hollandsche Molen", daartoe in staat gesteld
door het Nationale Steuncomité "Stormramp"
Bouwers A.J. en L. Dekker te Hazerswoude-Moerkapelle.

In gebruik genomen januari 1927

Op de baard staat vermeld: ANNO 1926

Op het achterschild: De Hollandsche Molen"

Op de vangbalk: 

V M V     M
ED
AJ P
1974
1979

De eerste pachter van de molen werd Hendrik Jan Varenhorst, uit het vierde geslacht Varenhorst op de Needse berg. Toch heeft hij het en na hem zijn broer Herman Hendrik, slechts kort op de nieuwe molen uitgehouden. Op 15 oktober 1927 overleed Hendrik Jan Varenhorst en vanaf 1928 dreven beide zoons zaken elders in het dorp Neede.

Een volgende pachter Rensink liet het na een jaar ook afweten en daarmee was de geschiedenis van het koren malen op de Needse berg als beroepsbeoefening beëindigd.

De molen raakte in verval. De vereniging "De Hollandsche Molen" kwam in de problemen met het onderhoud en om afbraak te voorkomen werd de molen in 1943 door de gemeente Neede "om niet" overgenomen. Overdrachtsakte 5 januari 1944.

In 1951/1952 werd de molen gerestaureerd door molenmaker Ten Have uit Vorden en in gericht als houtzaagmolen. Met ingang van 1 april 1952 werd de molen voor die functie verhuurd aan H.A. Stortelder te Neede, doch hij heeft slechts enkele jaren op windkracht gezaagd. Ingaande 1 juni 1969 werd de firma Stortelder de huur opgezegd en raakte de molen opnieuw in verval.


In de jaren 1973-1974 werd de molen nogmaals gerestaureerd; ditmaal door molenbouwer A.J.B. Beckers uit Bredevoort. Kosten van deze restauratie bedroegen ruim ƒ 100.000,-- .

In september 1974 waren de werkzaamheden gereed, doch er ontbrak echter nog een koppel maalstenen. De wieken konden weer draaien, doch zonder doel. Eerst in april 1976 werd het huidige koppel maalstenen geplaatst en kon er weer gemalen worden als van ouds.

Op 19 mei 1998 zijn de werkzaamheden voor de laatste restauratie begonnen, met deze restauratie is een bedrag gemoeid van f 730.000,00.met dit geld zijn de roeden vernieuwd, de kap van nieuw riet voorzien de muren opnieuw uitgevoegd de zolders en de stelling vernieuwd, een nieuw koppelstenen en de koeken breker draaivaardig gemaakt.

Op 25 juni 1999 is de molen officieel geopend door de heer G. Luttikhold wethouder, op 26 juni kon de Needse bevolking de molen bekijken